Achtergrond

Omdat wij een kleine praktijk zijn, is het  lastig om iets zinnigs te concluderen uit cijfers over onze zorgverlening. Kleine getallen geven meteen grote afwijkingen: 1 van 10 maakt immers meteen 10% terwijl 1 van 100 maar 1% is. Toch proberen we hier een aantal cijfers van onze praktijk over de jaren 2011-2015 weer te geven, afgezet tegen de landelijke cijfers en tegen een aantal 'andere kleine praktijken'  in en om Amsterdam (AKP). Met kleine praktijken bedoelen we praktijken die net als wij niet veel zwangeren tegelijk onder zorg hebben (vrouwen die in dezelfde periode bevallen)  en/of praktijken die met een klein aantal verloskundigen of solo/caseload werkt zoals wij. Uit onderzoek blijkt dat in het algemeen kleine praktijk betere uitkomsten hebben dan grote praktijken (Women Birth. 2010 Sep;23(3):103-10). Onze eigen praktijkcijfers maken overigens ook weer deel uit van het geheel waarmee we ze vergelijken. Dus van het totaal aantal zorggevallen 2011-2015 van de kleine praktijken (3.705) zijn die van ons (641) inbegrepen. In sommige gevallen zijn alleen de cijfers uit 2015 beschikbaar, dat is aangegeven met een *. Daarnaast is het belangrijk om te weten wanneer je appels met peren vergelijkt. Zo bevallen er in de grote steden meer vrouwen van hun eerste kind en zijn er bij een eerste kind vaker complicaties en daarmee overdrachten naar het ziekenhuis te verwachten. De uitkomsten in landelijke gebieden zijn oa daarom gemiddeld beter dan in een grote stad als Amsterdam. Daarnaast trekken sommige praktijken, zoals de onze, een specifiek publiek dat bijvoorbeeld meer dan gemiddeld graag thuis wil bevallen of borstvoeding wil geven. Dan is het logisch dat onze percentages thuis bevallen en borstvoeding geven ook hoger zullen zijn dan gemiddeld (selectiebias).

De andere kleine praktijken (AKP) in onderstaande overzichten zijn:

LVR1/1633: Verloskundigenpraktijk Brandenbarg
LVR1/1780: Verloskundige Praktijk Vondelpark
LVR1/1845: (praktijknaam onbekend)
LVR1/1846: Verloskundige Praktijk Lisserbroek e.o.
LVR1/1848: Verloskundige Praktijk Sophie-Anne Bergakker
LVR1/1849: Verloskundige Praktijk Marleen Wagenaar
LVR1/1887: Duo praktijk voor verloskunde

De cijfers zijn afkomstig uit de Landelijke Verloskundige Registratie (LVR) en beschikbaar gemaakt door Perined. Op de website van Perined kun je nog meer (algemene) cijfers en informatie vinden over de geboortezorg in Nederland.

 

Totaal aantal zorggevallen 2011-2015 en (gemiddeld per jaar)

VIVE AKP Landelijk
641 (128) 3.705 (741) 166.733*

 

Vrouwen die bevielen van hun eerste kind

VIVE AKP Landelijk
58% 53% 44%

 

Vrouwen die de hele zorgverlening in de eerstelijn bleven (geen verhuizing, miskraam of overdracht naar gynaecoloog/ziekenhuis)

VIVE AKP Landelijk
66% 57% 48%

 

Vrouwen die in de zwangerschap overgedragen zijn aan een gynaecoloog/ziekenhuis

VIVE AKP Landelijk
 14%  22%  34%

 

Baring begonnen en geeindigd in de eerstelijn (geen overdracht naar gynaecoloog/ziekenhuis tijdens de bevalling)

VIVE AKP Landelijk
77% 69% 59%

 

Overdracht tijdens de baring naar gynaecoloog/ziekenhuis

VIVE AKP Landelijk
23% 31% 41%

 

Totaal overgedragen in periode zwangerschap t/m kraambed

VIVE AKP Landelijk
43% 47% 58%

 

Pijnstilling tijdens de baring

VIVE AKP Landelijk
6% 15% 22%

 

De werkelijke percentages pijnstilling zijn hoger: dit zijn alleen de getallen waarbij 'behoefte aan medicinale pijnstilling' de primaire reden was voor een overdracht aan het ziekenhuis. In veel andere redenen van overdracht (zoals bijvoorbeeld een niet vorderende baring) vindt er ook pijnstilling plaats, maar is dat niet de primaire overdracht indicatie. Eveneens zijn de percentages voor pijnstilling door lachgas (dat in een geboortecentrum gegeven kan worden) niet meegerekend, aangezien hier geen overdracht voor nodig is.

 

Plaats van de baring (percentage van de vrouwen die hun bevalling begonnen bij de verloskundige in de eerstelijn, zie eerdere tabel)

  VIVE AKP Landelijk
Wilde thuis bevallen 48% 42% 33%
Is thuis bevallen 70% 57% 44%
Geboortecentrum/Kraamhotel 6% 5% 1%
Overig 24% 38% 55%

 

Niet alle vrouwen weten in de zwangerschap al waar ze willen bevallen, laten bijvoorbeeld tot aan de baring de open of ze thuis of in een geboortecentrum willen bevallen. Nog vaker is de 'geplande plaats baring' niet ingevuld door de verloskundige praktijk of is er niet naar gevraagd. Het is dus waarschijnlijk dat de percentages voor 'wilde thuis bevallen' eigenlijk hoger zijn. Met een geboortecentrum of kraamhotel wordt in Amsterdam bedoeld Bevalcentrum West of het Geboortehuis. Met overig wordt bedoeld bevallen in het ziekenhuis zonder medische indicatie (poliklinisch, bevallen in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van je eigen verloskundige), bevallen in het ziekenhuis met medische indicatie (onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog of klinisch verloskundig, al dan niet met begeleiding van je eigen verloskundige) of onderweg in de auto.